Vraag/antwoord met gewestgedelegeerde Jan Heybroek “Plasticinzameling zonder extra kosten, daar kun je niet tegen zijn”
“Het scheiden van plastic levert een aanzienlijke milieuwinst op. Regio Gooi en Vechtstreek zamelt het in zonder dat zij daar extra kosten voor hoeft te maken. Daar kun je niet tegen zijn. Het enige dat we vragen, is dat men zelf zijn plastic scheidt en goed aanbiedt of wegbrengt.” Aan het woord is Jan Heybroek, lid van het dagelijks bestuur van het gewest en portefeuillehouder milieu.
“Plasticinzameling zonder extra kosten, daar kun je niet tegen zijn”
“Het scheiden van plastic levert een aanzienlijke milieuwinst op. Gooi en Vechtstreek zamelt het in zonder dat zij daar extra kosten voor hoeft te maken. Daar kun je niet tegen zijn. Het enige dat we vragen, is dat men zelf zijn plastic scheidt en goed aanbiedt of wegbrengt.” Aan het woord is Jan Heybroek, lid van het dagelijks bestuur van het gewest en portefeuillehouder milieu.
“We hebben afgesproken dat we na een half jaar plastic inzamelen evalueren hoe het gaat. We willen dan vooral weten of de inwoners bereid zijn om mee te doen en hun plastic apart houden. Natuurlijk hebben we voor we hieraan begonnen ons een aantal dingen terdege gerealiseerd, zoals overlast door het verwaaien van zakken die aan de straat staan. En dat mensen geen aparte minicontainer krijgen voor plastic, en soms geen ruimte hebben om het plastic te verzamelen. Dergelijkeonderwerpen zien we inderdaad ook wel in de media als kritiek langskomen. Maar”, vervolgt hij, “omdat het apart houden van plastic zodat het kan worden gerecycled een behoorlijke verbetering voor het milieu betekent, zijn we er wel aan begonnen. Waarbij we ons ook realiseren dat de burgers in onzeregio al ruim twintig afvalstromen scheiden en we wel een eigen inspanning van henvragen.” Hij voegt toe: “Bij de besluitvorming over het inzamelsysteem hebben we ook gekeken naar nascheiding van plasticuit het restafval, waarbij we dus geeneigen bijdrage van de burger vragen. Om diverse redenen kiezen we daar voorlopig niet voor. Eén van de redenen is dat het investeren in een nascheidingsinstallatie gelet op benodigde tijd en geld niet mogelijk was.”
Berichtje in de mailbox dat morgen een inzameldag is?
“Na deze eerste evaluatie waar we vooral terugblikken op hoe de eerste inzamelrondes zijn verlopen, volgt er na twee jaar, dus na 2011, een tweede evaluatie. Aan de hand daarvan gaan we beoordelen hoe het systeem van voorscheiding, dus scheiding door de burger zelf, verloopt. Om die reden zijn we op dit moment terughoudend met investeringen doen, en krijgt men nu geen eigen minicontainer voor plastic afval. De hele inzameling gebeurt voorlopig kostenneutraal.”
Jan Heybroek zou graag zien dat internet wordt gebruikt om de burgers nog beter van dienst te zijn, want de GAD heeft klantvriendelijkheid hoog in het vaandel. “De inzameling van oud papier en van plastic loopt niet synchroon. Je moet goed opletten wanneer je welke minicontainer buiten moet zetten. Dat is best lastig. Het zou mooi zijn als we konden investeren in een systeem dat men een dag voordat een container wordt opgehaald een berichtje krijgt in de mailbox, als geheugensteuntje en aanvulling op de afvalkalender. Ik schat in dat tenminste 70 à 80% van de mensen een internetaansluiting heeft. Zo zouden we hen nog beter helpen om hun afval te scheiden.”
“Plastic scheiden is even wennen, maar wordt straks een gewoonte”
Hoe vergaat het Jan Heybroek zelf met het plastic scheiden? “Ik doe natuurlijk mee, maar ik merk wel dat ik nog selectiever kan zijn met het scheiden van plastic. Het is niet alleen de gewenning van het scheiden van deze stroom die even tijd nodig heeft. Ik vind het soms ook best lastig om te weten welke producten wel en welke niet bij het plastic horen. Ik moet dus de scheidingsregels nog beter kennen, en de routine en duidelijkheid krijgen. Maar het gaat steeds beter. Wat dat betreft zou een instructie op plastic verpakkingen wel kunnen helpen. Over een tijdje is plastic scheiden ook voor mij een routine, net als oud papier, glas en andere stromen.”