Van biomassa naar biogas is een lange weg Interview met Marc Maassen, beleidscoördinator bij de GAD en projectleider ‘Duurzame inzet groenstromen Gooi en Vechtstreek’.
De gewestgemeenten willen hun groenafval in de toekomst als biomassa inzetten, bijvoorbeeld ter verwerking in een vergistings-nacomposteringsinstallatie, waarbij biogas vrijkomt of in een grote houtboiler, voor het leveren van warmte . De weg van groenafval naar biogas, warmte of elektriciteit is lang en niet gemakkelijk. Toch zijn de gemeenten in Gooi en Vechtstreek en de GAD met veel beleid en geduld al een aardig eind op weg.
Marc Maassen is beleidscoördinator bij de Gewestelijke Afvalstoffen Dienst (GAD) Gooi en Vechtstreek. Bij de GAD is hij alweer ruim 10 jaar betrokken bij afval- en milieuprojecten. Onder het motto ‘Massa is kassa’ is Maassen als projectleider nauw betrokken bij de plannen om zoveel mogelijk soorten groenafval in het gewest Gooi en Vechtstreek te bundelen, te vermarkten en uiteindelijk zelf als biomassa duurzaam te verwerken, in Gooi en Vechtstreek of elders. Geen project van de categorie: met grote stappen snel thuis. Om met de deur in huis te vallen. Het begon in de Gooi en Vechtstreek in 2006 met het symposium ‘Wat gaan we doen met groen?’ voor bestuurders, ambtenaren, groeneigenaren en andere betrokkenen. Daarna volgde in 2007 een startconferentie en werd een projectteam opgezet. De GAD nam het voortouw en uiteindelijk kwamen alle gemeenten eind 2009 op één lijn. Naar verwachting wordt eind 2010 de aanbesteding voor de verwerking van de biomassa afgerond. Dat moet er in de Gooi en Vechtstreek uiteindelijk rond 2016 toe leiden dat er voldoende energie wordt opgewekt om bijvoorbeeld ruim 1100 woningen van duurzame energie te voorzien. Of om alle inzamelvoertuigen op groen gas te laten rijden. “Dan gaat ons gewest op groen.”
Eerlijk duurt het langst
Als een project zo lang duurt, is de eerste vraag haast onvermijdelijk of dit nu weer zo’n voorbeeld is van bestuurlijke en ambtelijke stroperigheid en molens die maar langzaam op gang komen. “Daar is in Gooi en Vechtstreek absoluut geen sprake van,” reageert Maassen. “Het heeft er alles mee te maken dat je letterlijk massa nodig hebt om een voor alle partijen interessante aanbesteding te kunnen doen en later eventueel een biomassa-installatie rendabel te kunnen exploiteren. Als individuele (kleinere) gemeente is het uitgesloten dat je zoiets van de grond kunt krijgen. Met een groot volume kan je bovendien nu en straks ook de regie blijven voeren. Met veel groen heb je tegenwoordig goud in handen, zeg ik altijd. Geef dat niet te gauw uit handen aan de private markt. Als gemeenten de krachten bundelen, zijn er voldoende kansen. We hebben de afgelopen twee jaar de nodige tijd gestoken in het bij elkaar brengen van alle beschikbare soorten groen afval van de gemeenten en het verzamelen van de benodigde informatie over de beschikbare hoeveelheden en de kwaliteit.” Gezamenlijk hebben de negen gewestgemeenten en de GAD nu al zo’n 35 tot 40.000 ton verschillende soorten groenafval bijeen gebracht. De hoeveelheid kan mogelijk nog behoorlijk oplopen door het toevoegen van bladafval, bermmaaisel en waterplanten uit het merengebied uit de regio. Er zijn in het land weinig gemeenten die in hun eentje voldoende groenafval hebben om daar zelf mee aan de slag te gaan of een goede prijs kunnen bedingen. Maassen benadrukt nog eens: “Je moet dus absoluut met meerdere gemeenten samenwerken voor het grootste effect. Inherent aan samenwerken met zoveel partijen is wel dat je te maken krijgt met allerlei afstemmingsproblemen. Elke gemeente heeft zo zijn eigen lokale inzamel- en verwerkingstructuur. Ook belangrijk in de afstemming was het zorgen voor het vrij hebben van de handen als het gaat om contracten met inzamelaars en verwerkers. Al met al, heeft project loopt al enige tijd, maar heeft dan ook al heel wat opgeleverd. ”
In de Gooi en Vechtstreek lag het voor de hand om te proberen dit project samen met de GAD van de grond te krijgen. De GAD heeft de meeste ‘groene’ massa en wij zorgen voor de gemeenten in Gooi en Vechtstreek al voor de inzameling van huishoudelijk afval, waaronder Grof Tuinafval en GFT-afval.
Draagvlak creëren
Een belangrijke les uit de afgelopen periode is dat je er onder alle omstandigheden voor moet zorgen dat – als het eenmaal is gelukt om meerdere gemeenten geïnteresseerd te krijgen in samenwerking – alle belanghebbenden in die gemeenten voortdurend bij de voortgang van het project worden betrokken en betrokken blijven. “Het is van belang de meerwaarde van de gezamenlijkheid te benadrukken en ook werkelijke alle partijen zeggenschap te geven om een zo breed mogelijk draagvlak te creëren. Dan ontstaat betrokkenheid, enthousiasme, vertrouwen en een drive om gezamenlijk de meest duurzame oplossing te vinden voor de verwerking van groenafval en boven het maaiveld uit te durven steken. Al met al hebben we de afgelopen tijd gezamenlijk een enorme slag gemaakt. Iedereen spreekt nu dezelfde taal. Bovendien zitten de beheerders van alle afvalstromen nu periodiek bij elkaar aan tafel. Dat is de extra winst van dit project.”
Speelveld
Over de verschillen in milieubeleid tussen gemeenten zegt Maassen: “Het rijk formuleert algemene milieu- en klimaatdoelstellingen, maar laat de gemeenten in belangrijke mate vrij om daar zelf op lokaal niveau vorm aan te geven. In dit verschil ligt een belangrijke uitdaging om te komen tot gemeenschappelijkheid. Gelukkig is het nu zo dat hier alle partijen (inclusief de politiek) het belang inzien van een duurzame afvalverwerking en dit op de agenda hebben staan. Dat is niet overal zo: er zijn gemeenten en regio’s in het land waar het gemeentebestuur nog steeds voornamelijk kijkt naar de kosten en er niet naar duurzaamheid. Die situatie kennen wij hier gelukkig niet. Onze regio kiest bewust voor recycling en duurzame afvalverwerking. In Gooi en Vechtstreek kunnen maar liefst tweeëntwintig soorten afval gescheiden worden aangeboden en is de drempel om dit te doen laag. Deze visie op afval is terug te vinden in de aanbesteding. Bij de beoordeling van inschrijvingen weegt het aspect duurzaamheid ten aanzien van transport en verwerking mee.” Maassen heeft goede hoop dat het project de eindstreep haalt. Voor de korte termijn denkt hij voor de verwerking van de biomassa voorlopig nog aan uitbesteden. “Dat geeft ons de kans en de tijd om te bedenken hoe we de duurzame verwerking en toepassing op langere termijn, laten we zeggen na 2014 kunnen doen. Ik sluit daarbij trouwens niet uit dat we op dat gebied samen gaan werken met andere nabijgelegen regio’s.”