![]() |
Interview met Lucas Mol
Stelt u zich eens voor: In de bossen van Crailo, ergens tussen De Trappenberg en Sijsjesberg is er een huis gebouwd in een grote zandheuvel, waarin vrijwel alles milieuvriendelijk is gerealiseerd. Er is sprake van een volledige ‘groene strategie’ die rust op drie pijlers: energie, materiaalgebruik en ontwerp. “Cradle to cradle oftewel van wieg tot wieg is zo’n beetje ons motto”, vertelt Lucas Mol, samen met zijn partner Sanne Oomen eigenaar van dit futuristische huis. Sanne, die een architectenbureau runt, heeft het huis ontworpen. Lucas zelf is van oorsprong kunsthistoricus, maar heeft al jaren een reclamebureau. De passie van Lucas voor het duurzaam bouwen komt voort uit zijn jeugd. Als kind van een ontwikkelingsarts heeft hij veel gezien, met name ook in ontwikkelingsgebieden. De documentaire ‘cradle tot cradle’, die hij een aantal jaren geleden zag, hebben zijn ogen nog verder geopend. Het besef “we moeten wat dingen anders doen en slim omgaan met afvalproducten” werd nog groter. Zowel Sanne als Lucas heeft zich tot doel gesteld de wereld ietsjes mooier, leuker en beter achter te laten voor de nieuwe generatie. Het architectenbureau van Sanne werkt ook vanuit deze visie. Drie jaar geleden kochten Lucas en Sanne samen een oud, klein huis in het bos. Inmiddels hebben ze samen een zoontje van twee. Een huis van 90 m2 met veel grond erbij. Het perceel valt onder het zogeheten aardkundig monument van de Provincie. Wat ze wilden, namelijk een duurzaam huis bouwen, ingegraven in de grond en wat verder van de weg af, kon dus niet zomaar. Met ook de steun van de gemeente kon uiteindelijk hun plan gerealiseerd worden: het bouwen van een energieneutraal huis.
Lucas vertelt: “Het ontwerp van de groene woning stoelt op drie vlakken: energie, materiaal en ontwerp. Het energiegebruik wordt beperkt, we gebruiken geen gas, de verwarming wordt geregeld met een pelletkachel, die gestookt wordt met korrels van zaagsel en ander afvalhout. Met lagetemperatuurverwarming in de vloeren en wanden wordt de warmte over het huis verdeeld. Een hoog rendement finoven (houtkachel) in de keuken levert ook warmte aan het wand- en vloerverwarmingssysteem. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke energiebronnen. Het huis van 240 m2 heeft een simpele en compacte vorm en is op het zuiden gericht met één groot raam. De zon dringt diep door in de woning. De benodigde elektriciteit wordt opgewekt door zonnecellen op het dak, ideaal georiënteerd voor een zo hoog mogelijk rendement. Het huis is half ingegraven en aan drie zijden grotendeels bedekt met de afgegraven grond. Hierdoor worden drie gevels en het dak bedekt met een dikke isolatiedeken van aarde. Het ontwerp is daardoor één met zijn omgeving. Samen met een ecoloog is de meest ideale dakbegroeiing bepaald, die thuishoort in de omgeving. Onder het natuurdak zit een huis, dat eigenlijk één grote open ruimte is. De kamers staan als losse doosjes in die ruimte. Zo kan het huis flexibel aangepast worden aan de wensen van de eventuele volgende bewoners. Ook de schoonheid van het ontwerp is belangrijk voor de duurzaamheid, want mooie en bijzondere dingen zijn een veel langer leven beschoren. We proberen alles tot in de kleinste details een wel overdachte vorm te geven”. Er worden alleen maar duurzame materialen toegepast, materiaal wat is hergebruikt of te hergebruiken is en ook zoveel mogelijk ‘lokale’ materialen. Veel gebruikt hout is bijvoorbeeld afvalhout van het GNR. De houten luifel wordt bijvoorbeeld gemaakt van ‘Nederlands Douglas’ dat op een steenworp afstand van het huis groeide. Een leuk voorbeeld is ook, dat de toiletpotten niet nieuw bij de bouwmarkt zijn gekocht maar van de kringloopwinkel afkomen. In de keuken is een levensechte oude brandstofslurpende auto rechtop tegen de wand gezet en omgebouwd tot keukenkast. Het huis wordt verlicht met led-verlichting, waardoor het energieverbruik wordt beperkt. Verder nog iets bijzonders na dit toch al imposante verhaal? “Jazeker”, vertelt Lucas verder. “Er komt nog een ‘helofytenvijver’. Ons toiletwater komt in die vijver, die je kunt zien als een septic tank, en via een ecologisch systeem via wilgentakken en rietzuivering wordt ons toiletwater gezuiverd. We zijn wel aangesloten op het riool, dat zijn we wettelijk verplicht en bovendien wonen we in een grondwaterbeschermingsgebied. Maar in feite zouden we het riool niet nodig hebben. Nu lozen we straks het gezuiverde water in het riool. En ten slotte: We gaan nog in onze tuin zoveel mogelijk groente en fruit verbouwen, niet alleen maar de gangbare producten, maar ook wat wij noemen de ‘vergeten’ groente. Als het maar eetbaar is!” Lucas en Sanne zijn ook bereid in de toekomst leerlingen van Huizer scholen hun woning laten zien, zodat ook zij via school kennis kunnen maken met het wonen in ‘Het huis der Huizen’. Na een gastvrije ontvangst met koffie en chocola en een ‘hoofd vol met indrukken’ nemen wij afscheid.
|